
De eerste spannende gebeurtenis op haar date is een ober die struikelt. Een plens cola vliegt tussen hen langs, die op het tafelkleed en in de soep belandt. Lieke lacht van de schrik. Ferdinand onderbreekt het verhaal over zijn wereldreis, maar voordat hij een klacht kan formuleren maakt de ober zijn excuses. Ze worden naar een ander tafeltje gedirigeerd en binnen no time staat er een nieuw champignonsoepje op tafel.
Duurt de avond nog langer, denkt Lieke. Of je verliefd kan worden op het eerste gezicht weet ze niet, maar verveeld raken na de tweede zin, ja, dat is mogelijk. Ze pakt Thomas nog wel terug, haar aan zo’n zelfingenomen kwal te koppelen. Nerveus is ze in elk geval niet meer, ze hoeft op Ferdinand geen indruk te maken. Waarschijnlijk zou hij het niet eens merken. Voor het stellen van een vraag heeft hij nog geen gaatje gevonden, zo druk als hij is met het vertellen over zijn topbaan, zijn wereldreis en zijn huis in het centrum.
‘Heb je ooit zo’n date meegemaakt?’ vraagt ze.
‘Dit is nog niks,’ zegt Ferdinand.
‘Hoezo?’
‘Ik had vorig jaar een date, kom ik er later achter dat ze al getrouwd was.’
‘Dat heb ik vaker gehoord,’ zegt Lieke.
‘Maar,’ zegt Ferdinand, ‘mijn ergste date had een fatale afloop.’
‘Wát?’ zegt Lieke.
‘Geen grap,’ zegt hij en drinkt een slok wijn. ‘Ze heette Vicky en ze nam me mee naar een Kinder Surprisebeurs.’
Lieke uit haar ongeloof en Ferdinand schiet in de vertelmodus: ‘Heb je als kind nooit zo’n chocolade eitje gekregen?’
‘Die met speelgoed erin?’
‘Precies. Dat verzamelde ze: Kabouters, autootjes, dat soort rommel. Ze had er een kamer vol van. Ik heb haar ontmoet via een datingsite, wel voor hoger opgeleiden natuurlijk. Op zo’n site krijg je toch betere matches.’
‘En vind je dat dat gelukt is?’ lacht Lieke.
‘Toen ik die kamer zag, twijfelde ik zeker. Maar ik wilde ook niet onbeleefd zijn – je weet immers nooit wat er nog van de avond komt. Ze vertelde van tevoren niet waar ze me mee naartoe nam, en ik was wel benieuwd.’
Lieke neemt een lepel soep. ‘En toen?’
‘Het duurde niet lang voor ze me aanstootte. Haar ex was op de beurs. We moesten gaan, zei ze, want die ex had dus een straatverbod laten uitvaardigen. Dat gold daar natuurlijk niet, maar Vicky wilde haar ex geen excuus geven.’
Lieke is verrast: dit is al de tweede spannende gebeurtenis deze date. ‘En die fatale afloop?’
‘Daar kom ik net op. We liepen om de standjes heen richting de trap, toen we haar ex tegen het lijf liepen bij een stand met aapjes. Hij was blijkbaar van looprichting veranderd. De man begon eigenlijk direct te schelden. Iets over of zij de apen voor zijn neus wilde wegkapen, daarom weet ik ook nog zo goed dat het daar was.’
Lieke fronst.
‘Het wordt grimmig, dus ik vraag die ex om wat rustig te doen. Ik ben niet iemand die aan de kant blijft staan als een date wordt uitgescholden. Maar anyway, die ex geeft me een duw, waarop Vicky begint te schreeuwen. Ze pakt een handvol speelgoedaapjes – onder protest van de verkoper – en gooit ze naar haar ex. Die krijgt er één precies in zijn keel.
‘Terwijl ik zit te bedenken hoe de Heimlichgreep ook weer ging, doet die gozer een paar stappen terug en kukelt zo over de balustrade heen en valt een verdieping lager.’
Ferdinand kijkt Lieke aan. En fluistert nog één woord: ‘Dood.’
Lieke lacht luid. Het is de theatrale manier waarop Ferdinand het zegt, dat het komisch maakt. ‘Sorry,’ zegt ze in reactie op zijn verbaasde blik, ‘maar wat een enorme bullshit.’
‘Bullshit?’ herhaalt hij geagiteerd. ‘Ik vertel een verhaal dat veel impact heeft gemaakt en dan krijg ik zo’n reactie. Ik weet je niet of je meegemaakt hebt dat iemand sterft in je bijzijn, maar ik kan je vertellen: dat gaat je niet in je koude kleren zitten.’
‘Oké, oké. Nogmaals sorry. Hoe is het afgelopen dan?’
Ferdinand zucht en kijkt even opzij, een glas wijn in zijn hand. ‘Dood door schuld, oordeelde de rechter. Vicky zit as we speak in de gevangenis.
‘Dood door schuld? Mishandeling toch zeker?’
‘Oh, dat kan wel. Weet ik niet precies.’
Op dat moment komt de ober hun soepborden halen. Het heeft gesmaakt, zegt Ferdinand.
Er is geen derde spannende gebeurtenis die avond. Als ze richting bushalte lopen, zegt Lieke: ‘Zeg, over een tweede date…’
‘Ja.’
‘Lijkt je dat wat?’
‘Als ik eerlijk ben, nee.’
Lieke is stomverbaasd. ‘Nee?’
‘Ik weet niet, we matchen niet zo. Laten we dat maar niet doen.’
‘Maar wacht eens, jij bent toch juist…’
Ferdinand zucht. ‘Ik begrijp je wel. Sorry, maar als er niks is, dan is er ook niks.’
Hij wendt zich af. Lieke stikt van boosheid. Het wachten op de bus verloopt daarna ongemakkelijk.
‘Ik vond het een leuke avond,’ zegt hij, toen de bus aankwam.
‘Ja, leuk,’ zegt ze.
Als hij ingestapt is, draait ze zich om.
Terwijl ze het centrum inloopt, neemt ze haar telefoon.
‘Is de date al voorbij?’
‘What the fuck, Thomas. Wat denk je wel niet, mij met zo’n saaie drol opzadelen.’
Er klinkt gelach aan de andere kant van de lijn. ‘Is Ferdinand geen leuke gozer?’
‘Ik krijg je nog wel. En weet je wat het ergste is?’
‘Wat?’
‘Hij wil geen tweede date.’
Er klinkt harder gelach.
‘Hé! Dat is gewoon een belediging. Jij weet hoe lekker ik er uit zie, een beetje lullig om over jezelf te zeggen misschien, maar wel waar. En dan zegt hij ‘we matchen niet’. Eikel.’
‘Ja, wat wil je nou Lieke? Je vindt hem saai, maar hij mag van jou niet hetzelfde vinden?’
Ze maakt een scheetgeluid met haar mond.
‘Waar ben je?’
‘De dikke.’
‘Oké, kom ik daar ook naar toe.’
‘Ik weet nog wel een date voor je.’
‘Je waagt het niet,’ zegt ze en legt op.
Met drank viel de avond misschien nog te redden.
Er zijn niet veel grappige verhalen waarin iemand sterft, maar jij hebt er eentje weten te maken. Ik vond Ferdinand eigenlijk best onderhoudend.